Learnit Training

1. Inleiding

1.1 Geschiedenis

De man die aan de basis van het succesvolle product Flash staat is Jonathan Gay.

In 1994 zag hij de mogelijkheden om een nieuw type tekenprogramma te ontwikkelen waarmee het tekenen op de computer makkelijker moest worden dan op papier. Samen met Robert Tatsumi begon hij het bedrijf FutureWave Software en ontwikkelde het programma Smartsketch. Smartsketch moest zien te concurreren met de al bestaande programma's Adobe Illustrator en Freehand. In 1995 werd er animatie aan het product toegevoegd. Om de animaties te tonen op internet werd een Java animatie player geprogrammeerd; de voorvader van de Flash player.

De naam van het product werd in 1996 veranderd in FutureSplash en in augustus 1996 werd de technologie door Microsoft overgenomen. Een ander groot succes was dat Disney Future Splash begon te gebruiken voor hun animaties.

In december 1996 werd FutureWave software verkocht aan Macromedia en FutureSplash werd omgedoopt tot Macromedia Flash 1.

Nu in 2001 zijn we inmiddels bij de vijfde versie van Flash aangekomen en is er enorm veel aan het pakket verbeterd. Eind 2001 werken er 50 programmeurs aan het pakket, zijn er wereldwijd 500,000 Flash ontwikkelaars en zijn er meer dan 386 miljoen gebruikers van het internet die de Flash player gebruiken.

1.2 Wat is Flash ?

Met Flash kun je interactieve films maken, bewerken en afspelen. Flash werkt eigenlijk op een soortgelijke manier als tekenfilms. Een tekenfilm is een aaneenschakeling van een aantal beelden die snel na elkaar worden afgespeeld. Doordat ieder beeld een klein beetje anders is dan het vorige wordt de suggestie van een vloeiende beweging gewekt. Hoe vloeiend de film is hangt af van de mate van verandering tussen de beelden en de snelheid waarmee ze na elkaar worden vertoond.

1.2.1 Stilstaande beelden

In Flash worden de afzonderlijke beelden frames genoemd. Flash is uitgerust met een zeer goede set gereedschappen om deze frames te maken en te bewerken. Op een frame kunnen tekeningen, tekst en geïmporteerde afbeeldingen gecombineerd worden tot complexe afbeeldingen. Flash werkt met vector afbeeldingen. Dit houdt in dat Flash een aantal punten onthoudt en de rest er zelf bij berekent. Het resultaat is dat afbeeldingen veel minder ruimte in beslag nemen bij het opslaan. In Flash kunnen layers (lagen) gebruikt worden, een bekend principe voor Photoshop gebruikers. Door het gebruik van layers wordt het mogelijk eenvoudige beelden te combineren tot complexere beelden.

1.2.2 Internet en de plugin

De Flash animaties die je maakt zijn meestal bedoeld om via internet te worden bekeken. Je bent zelf vast wel eens een Flash animatie tegengekomen op een site. De browser waarmee de betreffende site wordt bekeken kan zo¹n animatie alleen maar begrijpen en vertonen als er een Flash Player plugin is geïnstalleerd. De Flash player is inmiddels geïntegreerd in de meeste browsers. Uit onderzoek van Macromedia blijkt dat zo¹n 97% van het internet publiek beschikking heeft over de plugin. Voor mensen die de Flash player niet standaard in hun browser hebben is het mogelijk om de plugin te downloaden bij Macromedia op www.macromedia.com

1.2.3 Geluid

Bij een film hoort natuurlijk geluid. Geluiden kunnen in Flash worden geïmporteerd en gekoppeld aan beelden. Ook bestaan in Flash beperkte mogelijkheden om geluiden te bewerken.

1.2.4 Bewegende beelden

Het idee van het maken van een animatie (film) is op zich eenvoudig maak eerst een (stilstaand) begin frame, maak vervolgens een (stilstaand) eind frame en laat Flash de tussenliggende frames zelf berekenen. Dit principe wordt tweening genoemd.

1.3 Systeemeisen

1.3.1 Flash Player

Windows 95 of later; Mac OS 8.1 of later; Netscape plugin die werkt met Netscape 3.1 of later; voor ActiveX MS Internet explorer 3.02 of later; voor Flash Player Java Edition is een Java-enabled browser nodig.

1.3.2 Ontwerp Flash films

Windows Intel Pentium 133 MHz (200 aanbevolen); Windows 95 of hoger; 32 MB RAM (64MB aanbevolen); 40 MB diskruimte en een kleurenscherm 800*600 Macintosh Power Macintosh (G3 of hoger); Mac OS 8.5; 40 MB diskruimte en een kleurenscherm 800*600

1.4 MAC versus PC

In principe werkt Flash op PC hetzelfde als op een MAC. Toch zijn er enkele verschillen: De sneltoetsen op de PC werken met de toets en de sneltoetsen op de MAC werken met de appeltjes toets. Daarnaast zijn er kleine verschillen in de omgang van PC en MAC's met kleuren en fonts.

Je kunt hierover meer informatie vinden op de site van Macromedia: www.macromedia.com.

1.5 Introductie van de User Interface


(klik screenshot voor een grotere versie, opent in nieuw window)

De Flash 5 user interface

1.6 Introductie van de begrippen

1.7 Flash downloaden

Flash kan van de site van Macromedia www.macromedia.com worden gedownload. Je hebt dan de beschikking over een trial versie met volledige functionaliteit. Na precies een maand werkt het programma niet meer en zul je een licentie moeten kopen.

1.8 Flash installeren

Er zijn verschillende manieren om Flash te installeren. Het verdient de voorkeur om dit te doen via het configuratiescherm aangezien de software dan later ook weer gemakkelijk kan worden verwijderd.